Samenvatting

Het onbehagen over het functioneren van de politiek groeit. Dat is kwalijk en plezierig tegelijk. Kwalijk, omdat het openbaar bestuur en de politiek niet zonder draagvlak kunnen. Plezierig, omdat onbehagen voortkomt uit betrokkenheid. Wie niet betrokken is, haalt de schouders op en laat de politiek aan haar lot over. Onbehagen en ontevredenheid zijn om die reden positieve gevoelens. Er spreekt immers betrokkenheid uit.

Lokalisme: autonome straten

Het gemopper over het vermeend onvoldoende functioneren van de politiek is een voedingsbodem voor een nieuwe vorm van kleinschalige democratie, gericht op de directe leefomgeving van mensen. Die vorm van zeggenschap en verantwoordelijkheid noemen we in dit boek lokalisme en het staat voor het streven naar autonomie voor straten, buurten, wijken en dorpen. Of, in een wat langere versie: het streven om zeggenschap en maatschappelijke taken en verantwoordelijkheden te delegeren naar zo klein en lokaal mogelijk groepen burgers.

Overigens bestaan er voor lokalisme meerdere betekenissen. Hier en daar worden vertegenwoordigers van lokale politieke partijen lokalisten genoemd. Ook komen we het tegen als benaming voor het versterken van lokale cultuur en eigenheid.

Verdergaan waar inspraak stopt

Lokalisme, in de betekenis die we in dit boekje hanteren, gaat verder waar inspraak stopt. Bij inspraak geven burgers gevraagd of ongevraagd hun mening over plannen van overheden, waarna die overheden knopen doorhakken. Bij lokalisme delegeren de overheden de zeggenschap aan niet-professionele betrokkenen. Het leidt ertoe dat die betrokkenen niet ontevreden kunnen zijn over wat ‘van hogerhand’ is besloten. Het besluit is immers hun besluit.

Bij lokalisme moeten die betrokkenen, zoals inwoners van een buurt, het samen eens worden. Ze moeten doen wat politici nu namens hen doen: met elkaar in debat gaan, standpunten innemen, overtuigen, geven, nemen, compromissen sluiten, bruggen slaan en draagvlak creëren. Deze zeggenschap gaat hand in hand met verantwoordelijkheid en met kennis van zaken. Aan die kennis ontbreekt het echter vaak.

De gemeente is altijd dichtbij

De lokale overheid treedt juist daarom, vanwege die noodzakelijke kennis, niet terug. Het lokalisme voorziet in een nieuwe, maar prominente rol voor de gemeente. Ze is dichtbij, zichtbaar en aanwezig. Als het gaat om de directe leefomgeving van inwoners, doet de overheid dat niet langer als besluitvormend orgaan of als regisseur, maar als facilitator. De overheid draagt budgetten over naar wijken en buurten en brengt feitelijke kennis in. Bij die kennis horen ook de noodzakelijke randvoorwaarden, zoals de financiële ruimte die er voor een project is. Deze rol vraagt om een specifieke houding van bestuurders, volksvertegenwoordigers en ambtenaren.

Daarnaast heeft de overheid een belangrijke taak als beschermer. Bij het overdragen van taken, verantwoordelijkheden, zeggenschap en budgetten moet worden gegarandeerd dat de invloed rechtvaardig is verdeeld. Dat betekent dat de macht niet is voorbehouden aan mensen of organisaties met de meeste kennis of geld. Het tegendeel is het geval: lokalisme beoogt juist iedereen op de schaal van straat of wijk aan te spreken en te motiveren om de eigen leefomgeving te ontwikkelen. De overheid moet daarbij juist die mensen beschermen en versterken die het zonder die hulp niet kunnen.

Taken voor opbouwwerkers, journalisten en de elite

De overheid kan bij deze beschermende taak gebruik maken van het welzijnswerk. Opbouwwerkers zijn bij uitstek geschikt om burgers bij te staan in het verzet tegen ontwikkelingen die als ongewenst worden beschouwd. Overigens hebben diezelfde opbouwwerkers ook een taak bij het ondersteunen van mensen die juist ontwikkelingen in gang willen zetten.

Naast deze rollen van overheden en welzijnswerkers is er ook een belangrijke rol weggelegd voor de lokale pers. De pers is van nature gericht op het kritisch volgen van het openbaar bestuur, waaronder het College van B. en W. en de gemeenteraad. De focus dient te worden verlegd op de ontwikkelingen in de wijken. Speciale aandacht is er voor de rol en de kwaliteit van het groeiend aantal onbezoldigde, vrijwillige publicisten. En dan is er nog de verantwoordelijkheid die de elite moet nemen – wie een overdaad  aan kennis, macht en geld heeft, dient de verantwoordelijkheid te nemen die daarbij hoort en dient dus bijdragen te leveren aan meer macht voor de mensen in straten, buurten en wijken. Aan mensen, die zelf niet in staat zijn om voor zichzelf en voor elkaar op te komen.

Overigens gaat het bij lokalisme niet louter om burgers die besluiten nemen. Het gaat nadrukkelijk ook over dingen doen. Over taken uitvoeren en diensten aanbieden. Soms moet de overheid nadrukkelijk aanwezig zijn om te bewaken dat de kwaliteit van dat werk voldoende is. In andere gevallen wordt het werk juist beter, omdát de overheid het loslaat. Dat geldt bijvoorbeeld als maatwerk geboden is – de gemeente is daar onvoldoende toe in staat.

Lokalisme zorgt voor burgerschap

Het lokalisme is geen drastische breuk met het verleden, maar een logische vervolgstap in de ontwikkeling van de democratie. Het vernieuwt, verbreedt en verdiept die democratie en koppelt daarbij zeggenschap aan verantwoordelijkheid. Dat maakt van zwijgende én luidkeels roepende burgers betrokken burgers. Lokalisme zorgt op die manier voor burgerschap.

Dat burgerschap is het meest effectief binnen de kleinschaligheid van een straat, buurt, wijk of dorp. Als dit lokalisme succesvol is, dan ligt het voor de hand dat ook op een grotere, meer abstracte schaal de inbreng van burgers wenselijk en zinvol is. Daarbij gaat het om burgerbetrokkenheid bij beleid.